Text Size
zaterdag, september 04, 2010
Koifarm Rijssen

Gele lis

Gele Lis

Iris pseudoacorus wordt gele lis, gele iris, moerasiris of valse kalmoes genoemd.
Het is een forse, baardloze iris (Apogoniris) uit Europa, West-Siberië, de Kaukasus, Noord-Afrika, Turkije en Iran met mooie middelgroene bladeren.
De plant kan tot 2 m hoog worden.
De zwaardvormige bladeren schommelen bij het kleinste briesje.
Lange bladeren met parallelle nerven omhullen de stengel die zich bovenaan vertakt.
In de periode mei tot juni krijgt de een meter hoge, vertakte, rechte stengel 4-12 goudgele bloemen, 5-12 cm in doorsnee, gewoonlijk met bruine of violette nerven en een donkergele vlek op de hangende kroonbladeren.
Ze bloeien slechts 1 à 2 dagen, ontwikkelen zich met enkele tegelijk en hebben geen geur.









In bovenaanzicht vormen de bloemen een gelijkbenige driehoek.
Tegelijkertijd kan men zien dat de hele bloemstructuur beantwoordt aan de maat van drie: wanneer de drie kroonbladeren uitsteken buigen de drie onderste kelkbladeren naar beneden.
Aan de binnenzijde van de bloem bemerken wij drie vruchtbladeren en drie meeldraden die aan elkaar vasthangen.
De vrucht is een driehoekige, elliptische capsule met bruinachtige zaden.
Zodra de wat op augurken lijkende vruchten rijp zijn barsten ze open en worden de vettige goudbruine zaden zichtbaar, die netjes op een rijtje liggen als een stapeltje damschijven.
In het water gevallen drijven ze stroomafwaarts of door de actie van de wind ver weg van de moederplant.
Uiteindelijke zakken ze weg en ontkiemen in het voorjaar.
In de natuur verspreidt gele lis zich zowel door zaad als afgebroken stukken wortelstok.

Gele lis groeit het liefst in ondiep water en rijke grond.
Gele lis verdraagt schaduw maar een zonnige standplaats is het best.
Een licht zuur milieu wordt geprefereerd.
De grote pullen kunnen zeer indrukwekkend zijn, vooral naast blauw of paars bloeiende planten.
Gele iris wordt veel aangewend voor versteviging van dijken.
Ook bij het zuiveren van (huishoudelijk) afvalwater wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van deze plant.
Aanplanten gebeurt meestal ter hoogte van de waterlijn.
Als dichtheid van aanplant voorziet men 1 tot 5 exemplaren per m2, afhankelijk van de toepassing en de grootte van de planten.

Vanwege haar groeikracht poten wij gele lis voor vijvergebruik in grote manden (35 bij 35 cm).
We zetten de manden ver genoeg uit elkaar om te vermijden dat de uitlopers van de ene naar de andere plant kruipen.
Wat betreft de diepte zijn inheemse moerasirissen tolerant en verdragen tot zelfs 45 cm water boven hun kroon.
Meestal zal men ze echter minder diep plaatsen, met de bovenzijde van de mand tussen 0 en 20 cm diepte.
Zo om de drie jaar delen en verjongen wij de kluit.
De planten zijn zo in de hand te houden, zolang ze zich niet uitzaaien.
Het is daarom belangrijk de uitgebloeide stengels tijdig te verwijderen, met andere woorden voor het zaad vrijgegeven wordt.
De zaaddozen zijn trouwens mooi te gebruiken in (droog)boeketten.
Ook naast de vijver doen gele irissen het in onze streken prima.
Het is er meestal vochtig genoeg en ook in drogere jaren slagen de planten erin 'zonder hulp' te overleven.
In de tuin is de groei minder uitbundig dan in moeras of vijver maar pas ook hier op voor de dikke zaden.

De Gele Lis vormt zware zaaddozen die in juli of augustus kunnen worden verzameld.
Het 1000 zaden gewicht bedraagt 60 gram.
De zaden blijven een lange periode drijven.
De kiemrust wordt doorbroken door een koudebehandeling.
Het zaad wordt vaak buiten in water bewaard gedurende de winter.
In februarimaart wordt het gezonken zaad op een vochtige bodem gezaaid en in een (koude) serre gezet.
Na enkele weken kiemen de zaden.
Het is ook mogelijk onmiddellijk op een natte bodem te zaaien en buiten te bewaren.
Let er dan voor op dat er geen uitdroging optreedt.
Breng ook dan de zaaibakjes binnen in februarimaart.
Met deze methode gebeurt de kieming echter veel onregelmatiger.
Vegetatieve vermenigvuldiging gebeurt door delen van de wortelstokken.
Men kan de wortelstok ook in water laten drijven.
Hij zal dan verschillende stengels vormen.
Snij de wortelstok in zoveel stukken als er stengels aanwezig zijn.