Wednesday, March 10, 2010

Algemene informatie Korte uitleg Koi benamingen

Alle Koi behoren tot een soort, namelijk Cyprinus carpio, waar ongeveer honderd kleurvariëteiten uit zijn ontwikkeld. Alle variëteiten hebben een andere benaming. Hieronder bevind zich een korte uitleg over kleur, tekening, schubben en glans, waardoor u beter de verschillende variëteiten kan herkennen
 

Kleur:

Er zijn verschillende Japanse benamingen gebruikt om de kleur van een koi aan te duiden. Zo worden rode vlekken voornamelijk Hi-vlekken genoemd, maar de termen aka en beni worden gebruikt. Deze worden voornamelijk gebruikt om een volledig rood gekleurde koi aan te geven. Het zelfde geld voor zwart. Sumi wordt gebruikt om zwarte vlekken aan te geven, terwijl karasu gebruikt wordt voor een geheel zwarte koi. Hieronder een lijst waardoor u een inzicht krijgt over hoe de koinamen zijn opgebouwd.

Ai
 Blauw
 
Aka
 rood als basiskleur over het gehele lichaam
 
Beni
 oranjerood als basiskleur over het gehele lichaam
 
CHa
 bruin
 
Gin
 zilver/metaal kleurig
 
Hi
 Rood (vlekken over het gehele lichaam)
 
Hichiware
 zwart V-teken vanaf schouders naar hoofd
 
Karasu
 zwarte vlek op rood bij Taisho Sanke
 
Ki
 geel
 
Kin
 goud/metaal kleurig
 
Kucibene
 een koi met rode lippen. "Lippenstift"
 
Menware
 zwarte bliksemschicht over het hoofd tot aan de neus.
 
Midori
 groen
 
Moto Sumi
 vinnen met een zwarte basis
 
Nezu
 grijs
 
Orenji
 oranje
 
Platinum
 wit
 
Shiro
 wit
 
Sumi
 zwart (vlekken over het gehele lichaam)
 
Tsubo Sumi
 zwarte vlek op wit bij een Taisho Sanke
 
Yamabuki
 geel
 

 

Tekening

Ook de tekening is zeer van belang voor de benaming en het herkennen van een Koi. Wanneer u een paar van de benamingen van de tekeningen kent zult u de koi ook beter herkennen.

Budo
 Letterlijk druif. De term beschrijft de paarse druiventrosachtige tekening op Budo Goromo en Budo Sanke, die beide in de Koromo-klasse vallen.
 
Kage
 Letterlijk schaduw of fantoom. De term heeft betrekking op het vage sumi (zwart) netwerk van vlekken op bepaalde Utsuri en Showa. Deze koi word vaak ingedeeld bij Kawarimono.
 
Kanoku
 Letterlijk reebruin. Deze term beschrijft het gespikkende Hi (rood) vlekkenpatroon op bepaalde Kohaku, Sanke en Showa. Deze Kanoko/koi worden ingedeeld als Kawarimono.
 
Koromo
 Letterlijk gekleed. Deze koi hebben een Hi/tekening omrand door (of verkleed in) een donkere kleur.
 
Inazuma
 Letterlijk bliksemschicht. Wijst op de hi/tekening op bepaalde Kohaku. Inazuma beschrijft het zigzagpatroon dat van de kop naar de staart loopt.
 
Maruten
 Een koi van eender kwaliteit met een afzonderlijke rode vlek op de kop.
 
Matsuba
 De zwarte tekening in het midden van de schubben, wordt gewoonlijk aangeduid als het "denneappelpatroon". Metaalkleurige Matsuba zijn Hikarimono. De andere Matsuba zijn kawarimono.
 
Tancho
 "Rode vlek op de kop". Tancho hebben maar 1 Hi-vlek. De Tancho Kohaku, Sanke en Showa worden bij shows in een aparte Tancho-klasse beoordeeld.
 
Utsuri
 Letterlijk weerspiegelingen. Eigenlijk slaat de term op een complete Koi groep. (De volledige naam is Utsurimono). De sumi-vlekken hebben vaak een tweede kleur (wit, rood of geel, afhankelijk van de variëteit) en bevinden zich op de rugzijde.
 
 
 
 

Schubben

De meeste koi hebben schubben over het gehele lichaam. Koi die op deze normale wijze geschubt zijn, worden wagoi genoemd, al word de term zelden gebruikt. Andere japanse woorden om de schubben op de koi te beschrijven zijn:

Doitsu
 Koi die slechts ten dele bedekt zijn met schubben, worden Doitsu Koi genoemd. Als een Koi Doitsu geschubt is, wordt de term "Doitsu" gebruikt als voorvoegsel aan de variëteit, zoals Doitsu Hariwake. Slecht in enkele gevallen beschouwt men de doitsu als een aparte variëteit. Een Doitsu Asagi is bijvoorbeeld een Shusui. Er zijn ook drie soorten Doitsu, te weten: Lederkoi: kleine schubben op de rug en geen schubben langs de zijlijn. Spiegelkoi: grote schubben langs de zijlijn en op de rug. Yoroi if shigaki-Koi: deelds geschubt, en hebben schubben op andere plaatsen dan langs de zijlijn of op de rug.
 
Kinginrin
 De term wordt vaak afgekort tot ginrin en heeft geen betrekking op de hoeveelheid, maar op het soort schubben. Kinginrinschubben weerkaatsen het licht in hoge mate, ze fonkelen wanneer er licht op valt. Er zijn veel Koi die een paar kinginrin schubben hebben, maar alleen Koi met 20 of meer kinginrin schubben worden tot de kinginrin–klasse ingedeeld.
 
Fucarin
 Fucarin beschrijft het huidoppervlak tussen de schubben in plaats van de schubben zelf. Fucarin wordt meestal gebruikt voor Koi die een goede metaalkleurige huid hebben. Over het algemeen geldt dat hoe kleiner de schubben zijn hoe meerde Koi glanst.
 
 
 
 

Glans

Deze term duidt het verschil aan tussen metaalkleurig Koi en andere Koi. De twee belangrijkste woorden die worden gebruikt om de glans van de koi aan te geven, zijn:

Hikari
 Gebruikt als voorvoegsel bij een classificatienaam. Hikari betekent dat alle koi van een bepaalde groep metaalkleurig zijn. Zo wordt de term Hikarimono gebruikt voor metaalkleurige Koi in een tint.
 
Kawari
 Dit woord, meestal gebruikt als voorvoegsel, betekent "niet metaalkleurig". Het wordt voornamelijk gebruikt bij kawarimono, de grootste Koicatergorie. Deze term omvat alle niet metaalkleurige Koi die niet tot een andere groep behoren.